Spuitzones vormen momenteel één van de grootste belemmeringen voor woningbouwprojecten. Het (mogelijke) gebruik van gewasbeschermingsmiddelen belemmert woningbouw, terwijl tuinbouwers vaak tegen beperkingen aanlopen bij bedrijfsuitbreidingen. Zowel bij woningbouw als bij de uitbreiding van agrarische activiteiten moet vaak een oplossing voor de spuitzonering worden gevonden. Daardoor rijst al snel de vraag: mag het bestaande gebruik worden meegewogen? Die vraag bespreek ik in deze blog.
Spuitzones
Bij woningbouwontwikkelingen en bij de uitbreiding van agrarische bedrijven die gewasbeschermingsmiddelen gebruiken, moet rekening worden gehouden met een spuitzone van 50 meter. De Afdeling accepteert dat een plan ruimtelijk aanvaardbaar is wanneer tussen gevoelige functies en een perceel waarop gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden gebruikt een afstand van 50 meter wordt aangehouden. Over spuitzones en de wijze waarop deze afstand moet worden gemeten, schreven wij eerder al een blog.
Bestaande gevallen
Het komt regelmatig voor dat een vergunning wordt aangevraagd of verleend voor een situatie waarin feitelijk weinig verandert. Denk aan een tuinbouwer die een extra schuur bouwt of aan de omzetting van een bedrijfswoning naar een burgerwoning of plattelandswoning (tegenwoordig: voormalige bedrijfswoning). In zulke gevallen ligt de vraag voor de hand of de spuitzonering nog wel bij de beoordeling moet worden betrokken.
Volgens de Afdeling is dat wel degelijk het geval. Zowel bij de functiewijziging van een bestaande gevoelige functie als bij de wijziging van een tuinbouwbedrijf moet de spuitzone worden betrokken bij de beoordeling, zelfs wanneer de afstand tussen de functies gelijk blijft.
Voormalige bedrijfswoning
In 2024 oordeelde de Afdeling dat bij de omzetting van een bestaande bedrijfswoning naar een burgerwoning moest worden onderzocht of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarbij moest rekening worden gehouden met nabijgelegen gronden waarop gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden gebruikt.
Dat de woning al aanwezig was en feitelijk zelfs al illegaal als burgerwoning werd gebruikt, vormde geen reden om van onderzoek naar de spuitzone af te zien. Ook het argument dat de afstand tussen de functies niet veranderde, slaagde niet. Juist omdat de nieuwe bestemming bewoning door iedereen mogelijk maakte, moest de raad opnieuw beoordelen of de beperkte afstand tot percelen waarop kan worden gespoten ruimtelijk aanvaardbaar is.
Nieuwe schuur bollenteler
In een zaak over de verplaatsing van een bestaande bloembollenkwekerij naar een nieuwe locatie benadrukte de Afdeling dat ook het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ruimtelijk moet worden beoordeeld wanneer een plan voorziet in een agrarische activiteit die feitelijk al in de omgeving aanwezig is.
Omdat de afstand tot omliggende woningen in dat geval meer dan 100 meter bedroeg, mocht de raad aansluiten bij de gebruikelijke vuistregel van 50 meter. Een locatiespecifiek onderzoek was daarom niet nodig. De uitspraak laat zien dat bestaand gebruik door een agrariër niet betekent dat de spuitzone buiten beschouwing kan blijven. Ook dan moet de ruimtelijke aanvaardbaarheid worden gemotiveerd.
Conclusie
Spuitzones blijven een belemmering voor veel projecten. Ook wanneer op het eerste gezicht feitelijk weinig verandert, moet de aanvaardbaarheid van een plan worden beoordeeld. Daarbij moet worden bekeken of de richtafstand van 50 meter wordt gehaald. Is die afstand korter, dan moet worden gemotiveerd waarom die afstand in het concrete geval toch aanvaardbaar is.




