Wil je woningen realiseren in de buurt van een perceel met een agrarische bestemming? Of ben je eigenaar van een agrarisch bedrijf en vrees je dat de komst van woningen nabij jouw gronden jouw bedrijfsvoering belemmert? In dat geval moet je vaak rekening houden met de zogenaamde spuitzone. Dit is het gebied rondom een perceel waar gewassen worden of kunnen worden bespoten. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van landbouwgronden is het van groot belang om met deze spuitzone rekening te houden.
Risico’s van gewasbeschermingsmiddelen voor omwonenden
De rechtspraak ziet specifiek op situaties waarin woningen worden gerealiseerd nabij gronden waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt of kunnen worden gebruikt. Bij het bespuiten van gewassen ontstaat een spuitnevel, ook wel drift genoemd. Deze spuitnevel kan neerslaan op woningen en tuinen in de omgeving, waardoor omwonenden in bepaalde mate in aanraking komen met gewasbeschermingsmiddelen.
Om gezondheidsrisico’s voor omwonenden zoveel mogelijk te beperken en te voorkomen dat omliggende agrarische bedrijven in hun bedrijfsvoering worden beperkt, moet volgens vaste rechtspraak een bepaalde afstand worden aangehouden tussen gevoelige functies en gronden waarop het bestemmingsplan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen toestaat.
Richtafstand
Er geldt geen wettelijke afstand tussen woningen en percelen waar gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt. De Afdeling gebruikt daarom als vuistregel dat een afstand van 50 meter in het algemeen niet onredelijk wordt geacht, zoals bijvoorbeeld in deze uitspraak werd bepaald. Als de afstand van 50 meter wordt gehaald, dan wordt op voorhand aangenomen dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen geen belemmering vormt voor de beoogde woningbouw. Relevant is daarbij dat niet gemeten moet worden tot de woningen, maar dat ook tuinen bij een woning als onderdeel van de gevoelige functie aangemerkt moeten worden. Niet alleen de woningen zelf, maar ook de bijbehorende tuinen moeten aan die afstand voldoen.
De toetsing van de richtafstand vindt plaats aan de hand van de maximale planologische mogelijkheden. Het is dus niet relevant of er daadwerkelijk gewasbeschermingsmiddelen op een perceel worden gebruikt. Er moet gekeken worden wat het omgevingsplan toestaat. Als het omgevingsplan toestaat dat er op het perceel gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden, dan moet de richtafstand van 50 meter aangehouden worden.
Afwijken richtafstand
Als de richtafstand van 50 meter niet wordt gehaald, dan kan een kortere afstand onder voorwaarden worden toegestaan. Daarvoor is vereist dat met een locatiespecifiek onderzoek wordt onderbouwd dat de feitelijke situatie een kortere afstand dan 50 meter toelaat. In zo’n locatiespecifiek onderzoek moet op basis van plaatselijke gegevens inzichtelijk worden gemaakt dat niet aannemelijk is dat gewasbeschermingsmiddelen een belemmering vormen voor de gevoelige functies en andersom. Aspecten zoals de wijze waarop ter plaatse gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt en voorzieningen die drift tegenhouden, zoals een groenblijvende haag of tussenliggende bebouwing, kunnen bijvoorbeeld reden vormen om de afstand te verkorten.
Conclusie
Woningbouw in de buurt van agrarische percelen wordt behoorlijk bemoeilijkt door het (potentiële) gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het is steeds goed opletten of de richtafstand van 50 meter gehaald wordt, of dat de afwijking daarvan voldoende gemotiveerd is.




